Kamer wil kleine spaarder ontzien; senaat bereid tot novelle vóór kerst; 12 okt Belastingplan
Lees meer
Laatste nieuws

Belastingupdates

Volg de laatste ontwikkelingen rondom Box 3 en de Wet Werkelijk Rendement

wetgevingeerste-kamermotiesheffingsvrij-resultaatbox32028novelle
6 oktober 2026

Senaat wil box 3-novelle vóór kerst behandelen, Kamer wil kleine spaarder ontzien

Op 5 oktober bleek dat een meerderheid van de Eerste Kamer bereid is de box 3-novelle nog vóór kerst te behandelen. Een dag later nam de Tweede Kamer moties aan die het kabinet vragen het heffingsvrij resultaat van €1.000 te verhogen en de rekening elders te leggen. Een nieuw bedrag is er nog niet.

Maandagavond 5 oktober sprak de commissie Financiën van de Eerste Kamer met minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg over box 3. Volgens het FD is een meerderheid van de senaat nu toch bereid om de novelle nog vóór kerst te behandelen. Dat is nodig als de vermogenswinstbelasting op financiële instrumenten in 2028 moet starten.

Echt ontspannen is niemand. Eerenberg zei dat de marges inmiddels "in orde van grootte van dagen" zijn. Senatoren wezen op zorgvuldigheid, uitvoerbaarheid en de nog onduidelijke regels voor crypto. Het spoedadvies van de Raad van State wordt eind oktober verwacht. Daarna wil het kabinet de novelle begin november naar de Tweede Kamer sturen, en de Belastingdienst werkt aan een uitvoeringstoets.

De Eerste Kamer heeft nog geen officiële korte aantekening van het overleg gepubliceerd. Wat we nu weten komt uit de pers en het videoverslag.

wetgevingafbheinenheffingsvrij-resultaatbox32028novelle
1 oktober 2026

AFB dag 2: Heinen wil kleine spaarder toch ontzien; €1.000 onder druk

Op de tweede AFB-dag belooft minister Heinen de grens voor kleine spaarders in box 3 omhoog te brengen, zodat minder mensen heffen. Pers (FD ~12:23) meldt dat; er is nog geen nieuwe Kamerbrief of vast bedrag. Dekking en Kamermeerderheid blijven open. Context AFB-dag 1: ~€7,7 mrd gat, VVD/CDA-weerstand, JA21-compensatie-idee. EK 5 okt en deadline 31 dec blijven relevant.

Op donderdag 1 oktober 2026, de tweede dag van de Algemene Financiële Beschouwingen, beloofde minister Heinen (Financiën) dat het kabinet de grens voor kleine spaarders in box 3 toch omhoog wil zetten, zodat minder mensen belastingplichtig worden. Het FD meldde dat rond 12:23; ANP/ND bevestigen dat Heinen openstaat voor een andere ondergrens en daarover met de Kamer wil overleggen ("veel rekenwerk").

Dat raakt vooral het heffingsvrij resultaat van €1.000 uit de Kamerbrief van 29 september (was €1.800 in het WWR-voorstel). Pers duidt op een hogere drempel; er is geen nieuw officieel bedrag en geen herziene Kamerbrief.

Een dag eerder kraakte het plan al bij het eerste debat (FD 30 sep):

wetgevingkamerbriefvermogenswinstbelastingnovelleheineneerenberg2028box2
29 september 2026

Kamerbrief 29 sep: snelle novelle naar vermogenswinstbelasting vanaf 2028

Jetten, Heinen en Eerenberg willen via een novelle op de Wet werkelijk rendement per 2028 vermogenswinstbelasting op alle financiële instrumenten (~90% van Box 3 met waardeontwikkeling), en in 2030 de rest. Dekking: heffingsvrij vermogen 2027 terug naar €30.846, heffingsvrij resultaat vanaf 2028 €1.000, forfait overige bezittingen +1,5 pp, plus box 2-maatregelen. Voorstel, geen wet; JA21 en SGP zijn koel; novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer voor een start in 2028.

Op dinsdag 29 september 2026 stuurden premier Jetten, minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg de Kamerbrief [Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid](https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z20444&did=2026D47255) (dossier 37020-62, document 2026D47255). Het is het concrete vervolg op de vier scenario's van 14 september en het nog openstaande Eerste Kamer-traject.

Kern van het box 3-deel, in eigen woorden van de brief:

1. Snelle route via novelle. Op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt een novelle ingediend. Doel: zo snel mogelijk zoveel mogelijk vermogen onder vermogenswinst laten vallen, mede naar aanleiding van moties Eerdmans/Bikker en Vermeer.

wetgevingeerste-kamerwet-werkelijk-rendementheineneerenberg2028
22 september 2026

Eerste Kamer: mondeling overleg over box 3 (voorkeur 5 oktober), opschorting nog open

De commissie Financiën nodigt Heinen en Eerenberg uit voor mondeling overleg over de voortgang van box 3, bij voorkeur maandagavond 5 oktober (na de AFB in de Tweede Kamer). Drie toezeggingen blijven niet voldaan. Een lange opschorting van de Wet werkelijk rendement is nog niet besloten.

Op dinsdag 22 september 2026 besprak de commissie Financiën van de Eerste Kamer dossier 36.748: de brief van minister en staatssecretaris van Financiën over de voortgang van de aanpassing van box 3 (Wet werkelijk rendement), in het verlengde van de vier scenario’s van 14 september.

Volgens de officiële korte aantekeningen besluit de commissie:

1. Uitnodiging. De staatssecretaris en de minister van Financiën zo spoedig mogelijk, doch na de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer, uit te nodigen voor een mondeling overleg over de voortgang van de aanpassing van box 3.

wetgevingeerste-kamerwet-werkelijk-rendementvermogenswinstbelastingprinsjesdag2028
14 september 2026

Box 3 vastgelopen: geen novelle op Prinsjesdag, vier scenario’s en 2028 niet zeker

De Eerste Kamer hield de stemming over de Wet werkelijk rendement aan. De beloofde novelle kwam niet op Prinsjesdag. Het kabinet schetst vier routes — tot bijna €20 miljard derving — terwijl banken en de staatssecretaris waarschuwen dat snelle invoering in 2028 een groot risico is.

De Wet werkelijk rendement is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet door de Eerste Kamer. Sindsdien is de politieke steun voor belasting op ongerealiseerde (papieren) winsten verder afgekalfd. De senaat stelde honderden vragen, hield hearings over “papieren winsten”, en schoof de stemming door.

Op 30 juni 2026 besloot een meerderheid van de Eerste Kamer — op voorstel van GroenLinks-PvdA — de stemming aan te houden tot behandeling van een door het kabinet aangekondigde novelle. Critici noemden het wetsvoorstel een rommelig “tussenstation”; staatssecretaris Eerenberg weigerde intrekking.

In juni beloofde het kabinet nog verbeteringen (onder meer carry-back, life events, startups, groen beleggen) vóór of rond Prinsjesdag. Die novelle kwam er niet.

rechtsherstelowrbegrotingbelastingdiensteerenberg
4 september 2026

Herstel box 3 tot nu toe €969 miljoen — ver onder de €16,6 miljard-raming

Tot 19 augustus 2026 is €969 miljoen terugbetaald na ruim een half miljoen inhoudelijk verwerkte OWR-formulieren. Eerenberg ziet signalen dat de totale herstelkosten lager kunnen uitvallen dan de €16,6 miljard die was gereserveerd — definitief is dat nog niet.

Uit Kamerstukken bij een brief van staatssecretaris Eerenberg blijkt:

·863.600 OWR-formulieren ontvangen;
·689.600 verwerkt, waarvan 151.800 niet inhoudelijk in behandeling (termijn, doelgroep, e.d.);
hoge-raadmassaalbezwaarniet-bezwaarmakersrechtsherstel2017-2020
25 juni 2026

Hoge Raad: geen box 3-herstel voor niet-bezwaarmakers 2017–2020

Wie geen (tijdig) bezwaar maakte tegen box 3 over 2017–2020 krijgt geen teruggave. De Hoge Raad sloot die route op 25 juni 2026; de Belastingdienst bekrachtigde dat collectief op 17 juli.

Na het Kerstarrest (24 december 2021) kregen belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt — of van wie de aanslag op die datum nog niet onherroepelijk was — rechtsherstel in box 3. Een grote groep viel erbuiten: wie geen of te laat bezwaar maakte, en van wie de aanslag over 2017–2020 op 24 december 2021 al definitief vaststond.

Die “niet-bezwaarmakers” vroegen later om ambtshalve vermindering of maakten bezwaar tegen eerdere afwijzingen. Dat traject liep als massaal bezwaar plus. De kernvraag: is het Kerstarrest genoeg om alsnog herstel te forceren voor definitieve aanslagen?

Nee. De Hoge Raad oordeelde dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op vermindering of teruggave van box 3-heffing over 2017 tot en met 2020.

owrbelastingdienstuitstelrechtsherstel2021
5 mei 2026

Generaal uitstel OWR-formulier verlengd tot 1 oktober 2026

De Belastingdienst verlengt het generaal uitstel voor OWR-formulieren na een motiveringsbrief tot 1 oktober 2026 — alleen voor jaren vanaf 2021 en onder strikte voorwaarden. Voor 2017–2020 geldt dit uitstel niet.

De Belastingdienst heeft het generaal uitstel voor het indienen van formulieren Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) verlengd tot 1 oktober 2026. Eerder gold generaal uitstel tot 1 mei 2026.

Het uitstel geldt voor OWR-formulieren die moeten worden ingediend na een motiveringsbrief over een eerder bezwaar of verzoek om ambtshalve vermindering. Adviseurs hoeven in die gevallen niet per dossier apart uitstel aan te vragen.

Het generaal uitstel geldt alleen als:

hoge-raadmassaalbezwaarfiscale-partnersverdelingrechtsherstel
1 april 2026

Hoge Raad: fiscale partners krijgen 6 weken om box 3-verdeling aan te passen na massaalbezwaar

Wie via het massaalbezwaar belasting terugkrijgt, heeft nog 6 weken na de verminderingsbeschikking de tijd om de onderlinge box 3-verdeling met zijn fiscale partner te wijzigen. Dat bepaalde de Hoge Raad op 27 maart 2026 (ECLI:NL:HR:2026:495).

Fiscale partners mogen hun box 3-vermogen onderling vrij verdelen in de aangifte. Dat kan voordelig zijn: als één partner meer heffingsvrij vermogen over heeft, kan je de grondslag zo verdelen dat je samen minder belasting betaalt.

Bij belastingaanslagen die werden verminderd via de massaalbezwaarprocedure was onduidelijk of die herverdeelmogelijkheid nog gold. De aanslag was immers al opgelegd. Kon je die alsnog aanpassen?

De Hoge Raad heeft dit bevestigend beantwoord. Fiscale partners die via het massaalbezwaar een vermindering kregen, hebben nog 6 weken na de verminderingsbeschikking de tijd om hun onderlinge box 3-verdeling te wijzigen. Het gaat om arrest ECLI:NL:HR:2026:495.

wetgevingtweede-kamervermogensaanwasbelastingmotievlottes36748
29 maart 2026

Motie-Vlottes verworpen: Tweede Kamer wil ongerealiseerde winsten wél belasten

Twee dagen voor de eindstemming verwierp de Tweede Kamer de motie-Vlottes, die de belasting op ongerealiseerde koerswinsten volledig wilde schrappen. Wat die stemming zegt over de politieke haalbaarheid van een vermogenswinstbelasting.

Vlak voor de eindstemming over de Wet Werkelijk Rendement diende Kamerlid Vlottes (VVD) een motie in met een directe vraag: schrap de belasting op ongerealiseerde koerswinsten uit het wetsvoorstel. Wie aandelen bezit die in waarde stijgen maar niet verkoopt, zou geen belastingrekening moeten krijgen voor winst die hij nog niet heeft ontvangen.

De Tweede Kamer verwierp de motie. Een meerderheid van de Kamer was niet bereid de vermogensaanwasbelasting te schrappen voordat de wet überhaupt was aangenomen.

Twee dagen later, op 12 februari 2026, stemde diezelfde Kamer in met de wet zoals die er lag, inclusief de jaarlijkse belasting op papieren koerswinsten.

vermogenswinstbelastingvermogensaanwasbelastingheineneerenbergaanpassingwet-werkelijk-rendementpraktijktips
24 maart 2026

Kabinet verkent verbreding vermogenswinstbelasting naar meer categorieën

Het kabinet heeft toegezegd te onderzoeken of de vermogensaanwasbelasting ook voor meer beleggingscategorieën kan worden omgezet naar een vermogenswinstbelasting. Nu valt alleen vastgoed en startups al onder de VWB. Wat dit betekent voor beleggers, en welke praktische stappen u nu kunt zetten.

De politieke discussie over de Wet Werkelijk Rendement spitst zich al maanden toe op één kernvraag: is het rechtvaardig om belasting te heffen over winsten die u nog niet heeft gerealiseerd? Aandelen die stijgen maar nog in uw portefeuille zitten, worden onder de vermogensaanwasbelasting jaarlijks belast, ook als u geen cent heeft ontvangen.

Als reactie op die kritiek heeft het kabinet nu toegezegd te onderzoeken of de vermogensaanwasbelasting voor meer categorieën kan worden omgezet naar een vermogenswinstbelasting. Dat laatste systeem belast pas bij verkoop, waardoor de liquiditeitsproblemen verdwijnen die bij ongerealiseerde winsten spelen.

De huidige wet kent al twee systemen naast elkaar: vastgoed en startups vallen al onder de VWB (bij verkoop), terwijl beursaandelen, obligaties en spaargeld onder de vermogensaanwasbelasting vallen. Het kabinet verkent of die tweede categorie breder wordt.

aangifte2025owrwerkelijk-rendementforfaitheffingsvrij-vermogen
22 maart 2026

Aangifte 2025: werkelijk rendement is lang niet altijd voordeliger

Nu de aangifteperiode loopt, kijken veel beleggers of ze werkelijk rendement kunnen opgeven in box 3. Maar door het wegvallen van het heffingsvrij vermogen voor de OWR-berekening pakt dat voor veel mensen ongunstiger uit dan verwacht, ook bij rendementen ruim onder de 5,88%.

De Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) klinkt aantrekkelijk: wie minder heeft verdiend dan de forfaitaire percentages, kan dat opgeven en daarmee belasting besparen. Maar de praktijk is grilliger dan de theorie.

Het centrale probleem: bij de OWR-berekening geldt geen heffingsvrij vermogen. Het werkelijke rendement wordt berekend over het totale box 3-vermogen, terwijl bij het forfait eerst de vrijstelling (€57.684 voor alleenstaanden, €115.368 voor partners) van het vermogen wordt afgetrokken.

Stel: u heeft €100.000 aan beleggingen en maakt in 2025 een rendement van 4% (€4.000). Dat ligt ruim onder het forfaitaire percentage van 5,88%. Toch kan het forfait voordeliger uitpakken.

eerste-kamereerenbergcarry-backverliesverrekeningbelastingplan-2027wet-werkelijk-rendement
22 maart 2026

Eerste Kamer bespreekt Box 3 met Eerenberg: carry-back in zicht via Belastingplan 2027

Op 17 en 18 maart 2026 voerde de commissie Financiën van de Eerste Kamer mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg over de Wet Werkelijk Rendement. De uitkomst: een carry-back-voorziening wordt concreet verkend, mogelijk opgenomen in Belastingplan 2027 via een novelle. Ingangsdatum 2028 blijft het officiële uitgangspunt.

Op 17 en 18 maart 2026 vond het eerder aangekondigde mondeling overleg plaats tussen de commissie Financiën van de Eerste Kamer en staatssecretaris Eerenberg over de Wet Werkelijk Rendement. Eerenberg erkende dat het wetgevingsproces "niet optimaal" is verlopen, maar zette door met de reguliere parlementaire behandeling.

Het meest concrete resultaat van het overleg: het kabinet gaat actief onderzoeken of een carry-back-voorziening haalbaar is. Dat is een regeling waarbij belastingplichtigen een verlies in box 3 kunnen verrekenen met belasting die ze in eerdere jaren hebben betaald.

Concreet betekent dit: wie in 2028 of later verlies maakt op zijn beleggingen, zou dat verlies kunnen terugwentelen naar een vorig jaar en daarmee eerder betaalde belasting terugkrijgen. Dit is een fundamentele aanpassing ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel, dat alleen verliesverrekening met toekomstige jaren (carry-forward) bevatte.

aangifte2025owrwerkelijk-rendementforfaitbelastingdienst
2 maart 2026

Aangifteperiode 2025 open: zo geeft u werkelijk rendement op in box 3

Sinds 1 maart 2026 kunt u aangifte doen over het belastingjaar 2025. Nieuw is dat de Belastingdienst de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) nu als herkenbare optie in de aangifte verwerkt. Heeft u minder verdiend dan de forfaitaire percentages, dan kan opgave van uw werkelijke rendement u geld besparen.

Vanaf 1 maart 2026 is de aangifte inkomstenbelasting voor het belastingjaar 2025 geopend. De deadline is, zoals gebruikelijk, 1 mei 2026, tenzij u uitstel aanvraagt.

Voor box 3 geldt nog altijd het forfaitaire stelsel. De definitieve percentages voor 2025 zijn:

·Spaargeld: 1,37%
wetgevingaanwasbelastingheineneerenberg202836748
28 februari 2026

Aanwasbelasting blijft staan: alleen verliesverrekening ligt op tafel

Minister Heinen wil de belasting op ongerealiseerde koerswinsten niet schrappen. Zijn enige concrete voorstel is verliesverrekening. Staatssecretaris Eerenberg bevestigt: het wetsvoorstel is niet ingetrokken en de deadline van 2028 staat.

Veel mensen lazen in de aankondiging van minister Heinen afgelopen week dat de belasting op papieren koerswinsten van tafel gaat. Dat klopt niet.

Heinen's enige concrete voorstel was verliesverrekening, de carry-back die de Tweede Kamer ook al in een motie had gevraagd. De vermogensaanwasbelasting zelf, die in 2028 moet ingaan en jaarlijks ook ongerealiseerde koerswinsten belast, laat hij voorlopig ongemoeid. Staatssecretaris Eerenberg van Fiscaliteit zei het vrijdag na de ministerraad uitdrukkelijk: "We werken daarbij vanuit het huidige wetsvoorstel, het is niet zo dat het wetsvoorstel ingetrokken is."

De reden is simpel. Het loslaten van de aanwasbelasting kost de staatskas jaarlijks €2,4 miljard. Er is geen enkel plan voor hoe dat gat gevuld moet worden.

wetgevingverliesverrekeningheinenaanpassingmotie36748
27 februari 2026

Tweede Kamer wil verliesverrekening in aangepaste box 3

De Tweede Kamer nam op 26 februari een motie aan die het kabinet oproept verliesverrekening (carry-back) op te nemen in het herziene box 3-voorstel. Als u in een jaar verlies lijdt op uw beleggingen, kunt u dat straks verrekenen met belasting die u eerder hebt betaald.

De Tweede Kamer nam op 26 februari 2026 een motie aan van ChristenUnie en JA21, gesteund door onder meer de VVD. De motie roept het kabinet op om verliesverrekening, in het bijzonder carry-back, op te nemen in het aangepaste box 3-wetsvoorstel dat minister Heinen voorbereidt.

Dit is een concrete nieuwe eis die bovenop de eerder aangekondigde herziening komt. Heinen had al laten weten het voorstel aan te passen na verzet in de Eerste Kamer, maar de inhoud daarvan is nog niet bekend. De motie geeft aan wat de Tweede Kamer in elk geval terug wil zien.

Onder de Wet Werkelijk Rendement betaalt u belasting over uw werkelijke rendement. In een goed beleggingsjaar betaalt u belasting over de winst. Maar wat gebeurt er in een slecht jaar, als uw portefeuille daalt?

wetgevingvermogensaanwasbelastingvermogenswinstbelastingheinenaanpassing36748
26 februari 2026

De kern van het box 3-debat: belasting over winst die je nog niet hebt

Nu Heinen het wetsvoorstel gaat aanpassen, draait het debat om één vraag: moet je belasting betalen over waardestijgingen die je nog niet hebt verzilverd? Dat heet vermogensaanwasbelasting, en het is het meest omstreden onderdeel van het huidige plan. Het alternatief, vermogenswinstbelasting, wordt in de meeste landen toegepast.

Minister Heinen gaat het wetsvoorstel voor de nieuwe box 3-belasting aanpassen. Wat precies wordt aangepast is nog niet bekend, maar het is duidelijk waar de schoen het hardst knelt: de vermogensaanwasbelasting.

Dat is de term voor een systeem waarbij je belasting betaalt over waardestijgingen van beleggingen, ook als je die beleggingen nog helemaal niet hebt verkocht. De waardestijging bestaat op papier, maar het geld zit nog vast in aandelen, crypto of een bedrijf. Toch wil de Belastingdienst er al belasting over.

Precies dat stuit op breed verzet, van beleggers en crypto-houders tot medewerkers van startups die als onderdeel van hun beloning aandelen ontvangen. Prins Constantijn van Oranje verwoordde het treffend namens de techsector: wie aandelen in een startup bezit die in waarde stijgen, heeft nog geen euro ontvangen, maar zou wel een belastingrekening krijgen.

eerste kamerwetgevingheinenaanpassing36748breaking
25 februari 2026

Heinen past wetsvoorstel box 3 aan na verzet senaat

Minister Heinen gaat 'terug naar de tekentafel' met het wetsvoorstel voor box 3. Na een golf van protest van beleggers en kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer kondigt hij aanpassingen aan. Wat er precies wijzigt is nog niet bekend. De invoeringsdatum van 1 januari 2028 staat hierdoor onder druk.

Minister Eelco Heinen van Financiën heeft op 25 februari 2026 aangekondigd dat hij het wetsvoorstel voor box 3 gaat aanpassen. Hij gaat 'terug naar de tekentafel'. Dat meldt het Financieele Dagblad vanmorgen.

De aanleiding is tweeledig: een golf van protest van beleggers en kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer bij de start van de behandeling van het wetsvoorstel. De combinatie van beide heeft Heinen blijkbaar doen besluiten dat het huidige wetsvoorstel politiek niet houdbaar is in de Eerste Kamer.

Heinen waarschuwt daarbij dat vernieuwing van de belasting op vermogensrendement noodzakelijk blijft, en dat er geen extra budgettaire ruimte beschikbaar is voor aanpassingen die de opbrengst verlagen.

eerste kamerwetgevingvoortgang36748planning
25 februari 2026

Eerste Kamer plant technische briefing op 17 maart - stemming volgt in het voorjaar

Na de procedurebespreking van 24 februari heeft de Eerste Kamer besloten een technische briefing te vragen bij het ministerie van Financiën, gepland op 17 maart 2026. Daarna volgt de eigenlijke inhoudelijke behandeling. Een stemming wordt verwacht in het voorjaar van 2026.

De commissie voor Financiën (FIN) van de Eerste Kamer besprak op 24 februari 2026 de procedure voor de behandeling van wetsvoorstel 36.748. Dat leidde tot een concreet eerste besluit: het ministerie van Financiën wordt gevraagd een technische briefing te houden op 17 maart 2026.

Bron: eerstekamer.nl

Een technische briefing is een toelichting door ambtenaren op de inhoud van het wetsvoorstel. Het is geen politiek debat, maar een gelegenheid voor senatoren om vragen te stellen over de werking van de wet in de praktijk. Denk aan vragen over de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst, de overgangsregels en de technische details van de vermogensaanwasbelasting.

eerste kamerwetgevingvoortgang36748
24 februari 2026

Eerste Kamer start behandeling van de Wet Werkelijk Rendement Box 3

De commissie voor Financiën van de Eerste Kamer bespreekt vandaag de procedure voor behandeling van wetsvoorstel 36.748. Dat is de eerste stap in het Eerste Kamertraject. Een stemming is er voorlopig nog niet, maar de klok tikt.

Vandaag, 24 februari 2026, bespreekt de commissie voor Financiën (FIN) van de Eerste Kamer de procedure voor behandeling van wetsvoorstel 36.748, de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dat is de eerste formele stap nu het wetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer is doorgestuurd.

Bron: eerstekamer.nl

In de Eerste Kamer begint de behandeling van een wetsvoorstel altijd met het vaststellen van de procedure. De commissie bepaalt dan hoe en wanneer ze het wetsvoorstel wil behandelen. Denk aan: wanneer is de inbrengdatum voor schriftelijke vragen, wil de commissie een deskundigenbijeenkomst, en hoe lang mag het kabinet de tijd voor een antwoord?

internationaaldubbele belastingbuitenlands vermogenemigratie
23 februari 2026

Box 3 en buitenlandse bezittingen: risico op dubbele belasting vanaf 2028

Het nieuwe box 3-stelsel maakt Nederland internationaal opnieuw een 'vreemde eend in de bijt'. Voor beleggers met buitenlandse bezittingen of vastgoed kan het vermogensaanwasregime leiden tot dubbele belastingheffing, en de regels voor voorkoming zijn nog maar op hoofdlijnen uitgewerkt.

De meeste landen belasten vermogenswinsten pas op het moment van verkoop, de realisatiebasis. Nederland gaat vanaf 2028 voor aandelen en beleggingsfondsen juist de andere kant op: jaarlijkse heffing over ongerealiseerde waardestijgingen. Dat verschil in timing creëert een nieuw probleem voor iedereen met buitenlandse bezittingen.

Stel dat je aandelen bezit in een Amerikaans bedrijf. De VS belast de koerswinst pas als je verkoopt. Nederland belast diezelfde koerswinst al jaarlijks. Er is geen moment waarop beide landen over hetzelfde inkomen heffen, want ze hanteren simpelweg een andere definitie van het moment van belastbaarheid. Het gevolg kan zijn dat je over hetzelfde vermogen belasting betaalt in twee landen, zonder dat een belastingverdrag daarvoor een oplossing biedt.

Dit signaleerde belastingadviseur Rutger van Esch (BDO Tax & Legal) in het februari-nummer van het Vakblad Estate Planning. Zijn conclusie: Nederland wordt internationaal gezien opnieuw een 'vreemde eend in de bijt'.

eerste kamerwetgevingvoortgang
22 februari 2026

Stand van zaken: Eerste Kamer heeft nog niet gestemd

De Wet Werkelijk Rendement Box 3 is door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer moet de wet nog behandelen en goedkeuren. Tot die tijd is de wet nog niet definitief.

Op 12 februari 2026 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een fundamentele herziening van de vermogensbelasting.

Maar de wet is nog niet definitief. In het Nederlandse wetgevingsproces moet ook de Eerste Kamer instemmen. Zolang dat niet is gebeurd, kan de wet nog worden verworpen, gewijzigd of uitgesteld.

De Eerste Kamer (ook wel de Senaat) toetst wetgeving primair op kwaliteit, uitvoerbaarheid en grondwettelijkheid, niet op politieke wenselijkheid. Het is gebruikelijk dat de Eerste Kamer kritische vragen stelt, zeker bij complexe belastingwetgeving.

vermogenswinstbelastingaanwasbelastingkabinetsplannenwetgeving
22 februari 2026

Vermogenswinstbelasting: wat er echt staat te gebeuren (en wat niet)

Veel verwarring over de plannen van het nieuwe kabinet rond vermogenswinstbelasting. We zetten de feiten op een rij: wat is er aangenomen, wat is een plan, en wat is wishful thinking.

Op sociale media en in familiegesprekken klinkt het soms alsof de overheid heeft besloten om ongerealiseerde koerswinsten toch maar niet te belasten. "Ze gaan toch over op vermogenswinstbelasting," wordt gezegd. "Aandelen worden pas belast als je ze verkoopt."

Dat klopt niet. En die misvatting kan leiden tot verkeerde keuzes.

Hieronder zetten we precies uiteen wat er is aangenomen, wat een politieke ambitie is, en waarom die ambitie lang niet zeker is.

rendementspercentages2025belastingdienst
21 februari 2026

Definitieve rendementspercentages 2025 voor box 3 vastgesteld

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 vastgesteld. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nu officieel bevestigd.

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor het belastingjaar 2025 in box 3 gepubliceerd. Dit zijn de percentages die gelden voor het huidige interim-systeem, dat van kracht is totdat de Wet Werkelijk Rendement in werking treedt per 1 januari 2028.

De vastgestelde percentages voor 2025:

·Banktegoeden: 1,37% (definitief)
wetgevingtweede kamerwerkelijk rendement
12 februari 2026

Tweede Kamer stemt in met Wet Werkelijk Rendement Box 3

Op 12 februari 2026 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met de Wet Werkelijk Rendement Box 3. De wet introduceert belasting op werkelijk rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028.

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 met een ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dit betekent dat het huidige interim-systeem (gebaseerd op fictieve rendementen per vermogenscategorie) per 1 januari 2028 wordt vervangen door een systeem dat het daadwerkelijk behaalde rendement belast.

De nieuwe wet introduceert de volgende fundamentele wijzigingen:

·Belasting op werkelijk rendement: In plaats van fictieve rendementen worden de daadwerkelijk behaalde opbrengsten belast: dividenden, rente, huurinkomsten en ongerealiseerde koerswinsten.
inwerkingtredingplanningeerste kamer
1 januari 2025

Inwerkingtreding verschoven: wet gaat in per 1 januari 2028

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer is bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt, een jaar later dan aanvankelijk gepland. De Eerste Kamer moet de wet nog goedkeuren.

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 is bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt. Dit is een jaar later dan de aanvankelijk geplande datum van 1 januari 2027.

De vertraging geeft belastingplichtigen, uitvoeringsorganisaties en financiële instellingen meer tijd om zich voor te bereiden op het nieuwe systeem.

Een belangrijk aandachtspunt: de wet is nog niet definitief aangenomen. De Eerste Kamer (Senaat) moet de wet nog behandelen en goedkeuren. Pas na goedkeuring door de Eerste Kamer is de wet formeel aangenomen.

hoge raadrechtshersteluitspraak
6 juni 2024

Hoge Raad: werkelijk rendement leidend bij lagere opbrengst dan fictief

De Hoge Raad bevestigt dat belastingplichtigen in het overgangsrechtssysteem (2017-2022) recht hebben op individuele toetsing wanneer het werkelijk behaalde rendement lager was dan het fictieve rendement. Dit heeft grote gevolgen voor lopende bezwaarprocedures.

In december 2021 deed de Hoge Raad een baanbrekende uitspraak: het Box 3-systeem schond het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het systeem belastte belastingplichtigen op basis van een hoog fictief rendement, terwijl spaarders in werkelijkheid veel minder verdienden door de lage rente.

Dit leidde tot een massaal bezwaarproces en uiteindelijk tot rechtsherstel voor de jaren 2017-2022.

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad verdere duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van het rechtsherstel. De kernvraag was: heeft elke belastingplichtige recht op individuele toetsing, of alleen degenen die tijdig bezwaar hadden ingediend?