Heinen past wetsvoorstel box 3 aan na verzet senaat - invoeringsdatum 2028 onzeker
Lees meer
Tijdlijn

Box 3 Tijdlijn

De volledige geschiedenis van Box 3: van het forfaitaire stelsel in 2017 tot de aanpassing door minister Heinen in 2026.

Rechtspraak
Wetgeving
Actueel
Toekomst
2017

Nieuw forfaitair Box 3 stelsel ingevoerd

Nederland stapt over op een nieuw systeem waarbij spaargeld, beleggingen en schulden elk een eigen fictief rendement krijgen. Het idee is een betere benadering van werkelijk rendement dan de vaste 4% die daarvoor gold. In de praktijk zorgt het stelsel bij lage spaarrentes voor aanzienlijke overbelasting van spaarders.

24 december 2021

Kerstarrest: Hoge Raad verklaart forfaitair stelsel onrechtmatig

De Hoge Raad oordeelt in het zogenoemde Kerstarrest dat het forfaitaire Box 3 stelsel in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het arrest geldt voor belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt (massaal bezwaar).

Februari 2022

Rechtsherstel aangeboden aan bezwaarmakers

De Belastingdienst biedt rechtsherstel aan aan belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt voor de jaren 2017-2020. Wie geen bezwaar had gemaakt, valt buiten het rechtsherstel - wat later tot nieuwe rechtszaken leidt.

2023

Overbruggingsstelsel ingevoerd (werkelijke verdeling)

In afwachting van een definitieve wet voert het kabinet een tijdelijk overbruggingsstelsel in. De fictieve rendementen worden nu per vermogenscategorie vastgesteld op basis van werkelijke marktcijfers. Beleggingen blijven een relatief hoog forfait houden, maar spaargeld sluit beter aan bij de werkelijke rente.

6 juni 2024

Hoge Raad: ook niet-bezwaarmakers hebben recht op werkelijk rendement

De Hoge Raad breidt de reikwijdte van het Kerstarrest uit: ook belastingplichtigen die geen bezwaar hadden gemaakt, kunnen aanspraak maken op heffing naar werkelijk rendement als het forfait hoger uitvalt. Dit treft in potentie miljoenen aanslagen en creëert enorme druk op het wetgevingsproces.

Najaar 2024

Wetsvoorstel 36.748 ingediend bij Tweede Kamer

Het kabinet dient wetsvoorstel 36.748 (Wet Werkelijk Rendement Box 3) in bij de Tweede Kamer. Het voorstel introduceert een hybride systeem: vermogensaanwasbelasting voor beleggingen (inclusief ongerealiseerde koerswinsten) en vermogenswinstbelasting voor vastgoed. Beoogde inwerkingtreding: 1 januari 2028.

12 februari 2026

Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel

Een meerderheid van de Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel 36.748. Voor: SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA en VVD. Tegen: 50PLUS, DENK, SGP, ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, PVV en FVD. Tegelijkertijd wordt een motie aangenomen die het kabinet verzoekt voor Prinsjesdag 2028 een alternatief voorstel in te dienen voor een vermogenswinstbelasting zonder ongerealiseerde koerswinsten.

24 februari 2026

Eerste Kamer start behandeling

De commissie Financiën van de Eerste Kamer bespreekt de procedure voor behandeling van wetsvoorstel 36.748. Uitkomst: een technische briefing met het ministerie van Financiën wordt gepland op 17 maart 2026. Meerdere fracties kondigen een kritische houding aan.

25 februari 2026

Heinen kondigt aanpassing wetsvoorstel aan

Actueel

Minister Heinen gaat terug naar de tekentafel met het wetsvoorstel voor box 3. Na een golf van protest van beleggers en kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer kondigt hij aanpassingen aan. Wat er precies wijzigt is nog niet bekend. De invoeringsdatum van 1 januari 2028 staat hierdoor onder druk.

17 maart 2026

Technische briefing ministerie (gepland)

Het ministerie van Financiën geeft een technische briefing aan de commissie Financiën van de Eerste Kamer. Gezien de aankondiging van Heinen om het wetsvoorstel aan te passen, is onduidelijk of en hoe deze briefing doorgaat in de huidige vorm.

Voorjaar 2026

Eerste Kamer stemming (onzeker)

Na het herziene wetsvoorstel moet de Eerste Kamer opnieuw het wetgevingsproces doorlopen: schriftelijke voorbereiding, eventueel een deskundigenbijeenkomst, plenair debat en stemming. De eerder genoemde richtlijn van mei 2026 is door de aankondiging van Heinen niet langer realistisch.

1 januari 2028

Beoogde inwerkingtreding (onzeker)

De oorspronkelijk beoogde invoeringsdatum van de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Door de aangekondigde aanpassing van het wetsvoorstel en de nieuwe ronde in de Eerste Kamer is de haalbaarheid van deze datum onzeker. Een verschuiving naar 2029 of later behoort tot de mogelijkheden.

Wat betekent dit voor uw vermogen?

Gebruik onze gratis tools om de impact van het nieuwe stelsel op uw situatie te berekenen.

Open tools